Outils pour utilisateurs

Outils du site


transparencia:cadas:abelfedcadapub:advies-2019-21:start

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 21

Met betrekking tot het verkrijgen van de goedkeuringsbeslissing van de Controledienst der Ziekenfondsen waarbij het CM de premies en franchise van het Mediko Plan kan wijzigen

Transposition

Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten

    Afdeling openbaarheid van bestuur




                   5 maart 2019




               ADVIES 2019-21

     met betrekking tot het verkrijgen van de
goedkeuringsbeslissing van de Controledienst der
  Ziekenfondsen waarbij het CM de premies en
   franchise van het Mediko Plan kan wijzigen

                  (CTB/2019/16)
                                                                              2

   1. Een overzicht

1.1. Bij contactformulier van 8 oktober 2018 vraagt de heer X om een
kopie van de goedkeuringsbeslissing door de Controledienst der
Ziekenfondsen (CDZ) waarbij de CM de premies en franchise van het
Mediko Plan kan wijzigen.

1.2. Bij e-mail van 12 oktober 2018 ontvangt de heer X een
ontvangstmelding van de CDZ.

1.3. Bij e-mail van 22 oktober 2018 herhaalt de aanvrager zijn verzoek.

1.4. Bij e-mail van 24 oktober 2018 weigert de Controledienst der
Ziekenfondsen de toegang tot het gevraagde document met volgende
motivering:
“In antwoord op uw verzoek om de goedkeuringsbeslissing van de Raad van de
Controledienst over te maken, deel ik u mee dat de Controledienst niet kan
ingaan op uw verzoek. De administratie baseert zich hiervoor op artikel 6, § 2,
inleidende zin en punt 2°, van de wet van 11 april 1994 betreffende de
openbaarheid van bestuur, waaruit blijkt dat de Controledienst gehouden is om
de bestuursdocumenten waarover hij beschikt, mee te delen aan de personen
die daarom vragen, behalve wanneer de openbaarmaking van het
bestuursdocument      afbreuk    doet    aan    een    bij   wet    ingestelde
geheimhoudingsverplichting en op artikel 59 van de wet van 6 augustus 1990
‘betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen’ dat een
zwijgplicht oplegt aan de leden van de organen en van het personeel van de
Controledienst omtrent de feiten waarvan ze wegens hun functie kennis
gekregen hebben en dat als een dergelijke bij wet ingestelde
geheimhoudingsverplichting moet beschouwd worden. Bovendien is geen
enkele van de in deze wetsbepaling aangehaalde uitzonderingen op deze
zwijgplicht van toepassing op uw vraag om de goedkeuringsbeslissing te
kunnen krijgen voor de aanpassing van de premies en de waarborg van het CM-
MediKo Plan. De schending van deze zwijgplicht wordt gestraft met de straffen
gesteld in artikel 458 van het Strafwetboek.”1.5. Bij e-mail van 24 oktober
2018 stelt de aanvrager dat artikel 59 van de wet van 6 augustus 1990
geen geheimhoudingsplicht oplegt aan de Controledienst als bestuur,
maar enkel aan de individuele leden van de Raad en van het Technisch
Comité van de Controledienst, de personeelsleden van deze Dienst en de
revisoren. Hij merkt op dat zijn verzoek tot openbaarmaking niet gericht
is aan de Controledienst en niet aan deze individuen en dat moet worden
aangetoond dat de Controledienst als bestuur onderworpen is aan een
                                                                         3

wettelijke geheimhoudingsplicht, los van de zwijgplicht van haar
(personeels)leden. Hij verwijst daarbij naar het arrest nr. 231.194 van 12
mei 2015 van de Raad van State.

1.6. Bij e-mail van 25 oktober 2018 bevestigt de Controledienst der
Ziekenfondsen de ontvangst van de e-mail van 24 oktober 2018.

1.7. Bij e-mail van 14 november 2018 deelt de Controledienst der
Ziekenfondsen aan de aanvrager mee dat in toepassing van artikel 6, § 5,
van de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de openbaarheid van bestuur’
(hierna: wet van 11 april 1994), zij zich niet kan uitspraken over de
aanvraag binnen de wettelijk voorziene termijn van dertig dagen en ze
verlengt de termijn met vijftien dagen. Er wordt hem gemeld dat hij
uiterlijk op 8 december 2018 op de hoogte zal worden gebracht van de
beslissing van de Raad.

1.8. Bij e-mail van 3 december 2018 deelt de Controledienst der
Ziekenfondsen de beslissing van de Raad over de aanvraag tot
openbaarmaking aan de aanvrager mee. De argumentatie luidt als volgt:

     “- Zoals eerder meegedeeld, baseert de Controledienst zich
       hiervoor op artikel 6, § 2, inleidende zin, en punt 2°, van de wet
       van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur,
       waaruit blijkt dat de Controledienst gehouden is om de
       bestuursdocumenten waarover hij beschikt, mee te delen aan de
       personen die daarom vragen, behalve wanneer de
       openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk doet aan een
       bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting.

       Artikel 59 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de
       ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen legt een
       zwijgplicht op aan de leden van de Raad en van het Technisch
       Comité van de Controledienst, de personeelsleden van deze
       dienst, de revisoren bedoeld in artikel 32, alsook de personen die
       voorheen voornoemde functies hebben uitgeoefend, omtrent de
       feiten waarvan ze wegens hun functie kennis gekregen hebben,
       dat      als     een    dergelijke      bij     wet      ingestelde
       geheimhoudingsverplichting moet beschouwd worden.
                                                                                      4

      - Artikel 59 dient echter samen gelezen te worden met artikel 65, §
        1 van de wet van 6 augustus 1990 dat stelt dat “Elke overtreding
        van artikel 59 van deze wet wordt gestraft met de straffen gesteld
        in artikel 458 van het Strafwetboek”. Hoewel de ‘zwijgplicht’ niet
        formeel als geheimhoudingsplicht wordt omschreven, heeft deze
        verwijzing tot gevolg dat het als een daadwerkelijk
        ‘beroepsgeheim’ aanzien moet worden.

      - Indien men artikel 59 in zijn totaliteit bekijkt, dan blijkt uit de
        gehanteerde bewoordingen duidelijk dat de zwijgplicht niet
        louter betrekking heeft op de leden van de organen en de
        personeelsleden, maar eveneens op de Controledienst als
        instelling. In uitzondering op het eerste lid, somt het tweede lid
        van artikel 59 immers een limitatieve lijst op van de situaties
        waarbij het geoorloofd is voor de Controledienst, als instelling,
        om af te wijken van voornoemde zwijgplicht.

        Er moet overigens op gewezen worden dat de zwijgplicht niet
        louter betrekking heeft op de Controledienst als instelling, haar
        organen en de personeelsleden, maar dat dit ruimer is, aangezien
        dit daarenboven van toepassing is op de revisoren bedoeld in
        artikel 32 van voornoemde wet van 6 augustus 1990, alsook op de
        personen die voorheen de voornoemde functies hebben
        uitgeoefend, ondanks dat zij geen (of niet langer) deel uitmaken
        van de Controledienst als instelling.

      - De Raad merkt op dat de situatie van de aangevoerde elementen
        in het door u aangehaalde arrest van de Raad van State (R.v.S. 12
        mei 2015, nr. 231.194) niet geheel gelijklopend zijn met deze
        situatie.

        De ‘zwijgplicht’ voorzien in artikel 59 van voornoemde wet leunt
        veeleer aan bij andere uitspraken van de Raad van State, waarbij
        laatstgenoemde oordeelde dat dergelijke wetgeving aanzien moet
        worden als een bijzondere wet ten opzichte van de wet van 11
        april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, niet alleen
        omdat zij van een latere datum is1, maar ook en vooral omdat het


1
 Artikel 59 van de wet van 6 augustus 1990 werd volledig vervangen door artikel 146 van
de wet van 22 december 2003 (B.S. 31 december 2003) en laatst gewijzigd door artikel 24
                                                                                          5

        toepassingsgebied ervan een beperkte categorie van personen of
        overheden beoogt waarvan de activiteit op een welbepaald
        domein situeert.1 De Commissie toegang tot bestuursdocumenten
        deelt deze zienswijze en oordeelde in het verleden reeds dat
        dergelijke gevallen aanzien moeten worden als een door de wet
        verplichte geheimhouding.2

        De Controledienst moet ook aanzien worden als een specifieke
        categorie wiens taken past in een nauw omschreven kader.
        Aangezien de enige reden waarom de Controledienst over de
        informatie in dit dossier kan beschikken past in deze
        controlebevoegdheid, meent de Raad dat de uitzondering op de
        openbaarheid van bestuur vervat in artikel 6, § 2, 2°, van de wet
        op de openbaarheid van bestuur hier van toepassing is.

        De Commissie heeft in het verleden reeds bevestigd dat in de
        huidige stand van de wetgeving de Controledienst voor de
        ziekenfondsen er niet toe gehouden is de gevraagde
        bestuursdocumenten openbaar te maken, indien de gevraagde
        bestuursdocumenten vallen onder het voorwerp van de
        zwijgplicht zoals die in artikel 59 van de wet van 6 augustus 1990
        is opgenomen. 3 Aangezien uw verzoek niet valt onder de
        uitzonderingsgronden op de zwijgplicht die de wetgever
        uitdrukkelijk heeft vastgelegd, en dit in combinatie met artikel 6,
        § 2, 2°, van de wet van 11 april 1994, is de Controledienst er in
        casu niet toe gehouden de gevraagde bestuursdocumenten
        openbaar te maken.

       - Tot slot wordt opgemerkt dat de wet voor dergelijke dossiers,
        ingediend in het kader van de procedure voorzien in artikel 504
        van de wet van 13 maart 2016, expliciet in een weliswaar
        beperkte mate van publiciteit voorziet. Artikel 507, tweede lid,

van de wet van 26 april 2010 (B.S. 28 mei 2010) en artikel 91 van het koninklijk besluit van
3 maart 2011 (B.S. 9 maart 2018).
1
  R.v.S. 7 maart 2003, nr. 116.762.
2
  Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten, advies van 28 maart 2007, nr.
2007/23; Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten, advies van 31 maart 2014,
nr. 2014/29 (advies verleend m.b.t. de weigering om toegang te verlenen tot verslagen van
een mutualiteit door de Controledienst).
3
  Commissie voor de toegang tot bestuurdsocumenten, advies van 31 maart 2014, nr.
2014/29 (advies verleend m.b.t. de weigering om toegang te verlenen tot verslagen van een
mutualiteit door de Controledienst).
                                                                            6

       van laatstgenoemde wet bepaalt immers dat een uittreksel van de
       beslissing van de Controledienst gepubliceerd moet worden in het
       Belgisch Staatsblad. Uit de voorbereidende werkzaamheden van
       de wet van 13 maart 2016, blijkt dat deze publicatie van een
       uittreksel van de beslissing in het Belgisch Staatsblad, naar het
       oordeel van de wetgever, voor de nodige transparantie zorgt ten
       aanzien van de verzekerden.1
       Volledigheidshalve kan worden meegedeeld dat er op 17
       december 2018 een uittreksel van de beslissing van de
       Controledienst gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad.

     Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat het openbaar maken van de
     beslissing van de Raad afbreuk zou doen aan een bij wet ingestelde
     geheimhoudingsverplichting (cf. artikel 6, § 2, 2°, van de wet van
     11 april 1994). Om die reden heeft de Raad van de Controledienst
     beslist om uw aanvraag tot openbaarmaking van de beslissing van
     de Raad m.b.t. het dossier, dat werd ingediend in toepassing van
     artikel 504 van de wet van 13 maart 2016 door de MOB
     Verzekeringen CM-Vlaanderen (150/01) voor het product MediKo
     Plan, af te wijzen.”


1.9. Omdat de aanvrager het niet eens is met dit standpunt dient hij bij e-
mail op 3 december 2018 een verzoek tot heroverweging in bij de
Controledienst der Ziekenfondsen. Hij verzoekt in dezelfde e-mail van 3
december 2018 dat de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik
van bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur, hierna
Commissie genoemd, zich zou uitspreken over de weigering.

1.10 Bij advies nr. 2018-122 oordeelt de Commissie dat de aanvraag niet
ontvankelijk is en dat de aanvrager de procedure volledig kan overdoen.

1.11. Bij e-mail van 15 januari 2019 dient de aanvrager een nieuw
verzoek tot openbaarmaking in.

1.12. Bij e-mail van 17 januari 2019 bevestigt het secretariaat van de
administrateur-generaal de ontvangst van de aanvraag.


1
   Wetsontwerp op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of
herverzekeringsondernemingen, Parl.St. Kamer 2015-2016, 54-1584/001, pg. 272.
                                                                                      7



1.13 Bij brief van 5 februari 2019 maakt de Controledienst voor de
Ziekenfondsen zijn negatieve beslissing ter kennis van de aanvrager
waarin ze van oordeel is dat het hier niet gaat om een nieuwe
eindbeslissing, maar om een herhaling met dezelfde argumenten die hij
voorheen ontwikkeld had.

1.14. Omdat de aanvrager het niet eens is met dit standpunt dient hij bij
e-mail op 3 december 2018 een verzoek tot heroverweging in bij de
Controledienst der Ziekenfondsen. Hij verzoekt in dezelfde e-mail van 3
december 2018 dat de Commissie zich zou uitspreken over de weigering.

    2. De ontvankelijkheid van de aanvraag

De Commissie is van oordeel dat het verzoek om advies ontvankelijk is.
Zoals de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de openbaarheid van bestuur’
(hierna: de wet van 11 april 1994) voorschrijft heeft de aanvrager zijn
verzoek om advies aan de Commissie en het verzoek tot heroverweging
aan de Controledienst voor de Ziekenfondsen tegelijkertijd ingediend.

3. De gegrondheid van de aanvraag

In tegenstelling tot wat de Controledienst voor de Ziekenfondsen stelt,
gaat het hier wel degelijk om een nieuwe aanvraag. Uit de rechtspraak
van de Raad van State blijkt immers dat een aanvrager in de
mogelijkheid is om een nieuwe identieke aanvraag in te dienen.

De Commissie stelt vast dat de Controledienst artikel 6, § 2, 2° van de wet
van 11 april 1994 in combinatie met artikel 59 van de wet van 6 augustus
1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen
inroept om de openbaarmaking te weigeren. Aangezien het hier gaat om een
uitzondering op een algemeen principe moet deze uitzondering beperkend
worden geïnterpreteerd en moet rekening worden gehouden met het doel
dat de wetgever met de geheimhoudingsbepaling voor ogen had.

Artikel 59 van de wet van 6 augustus 19901 ‘betreffende de ziekenfondsen
en de landsbonden van ziekenfondsen’ bepaalt het volgende:


1
 Artikel 59 van de wet van 6 augustus 1990 werd volledig vervangen door artikel 146 van
de wet van 22 december 2003 (BS 31 december 2003) en laatst gewijzigd door artikel 24
                                                                                          8

“De leden van de Raad en van het Technisch Comité van de Controledienst,
de personeelsleden van deze Dienst, de revisoren bedoeld in artikel 32,
alsook de personen die voorheen de voornoemde functies hebben
uitgeoefend, hebben zwijgplicht omtrent de feiten waarvan ze wegens hun
functie kennis gekregen hebben.

Op het eerste lid wordt slechts een uitzondering gemaakt wanneer de
Controledienst:
1° zich in toepassing van artikel 52, 3°, wendt tot een overheidsdienst om
inlichtingen in te winnen;
2° in toepassing van artikel 52, 7°, aan de Dienst voor administratieve
controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering een
schending mededeelt van de bepalingen van voornoemde gecoördineerde
wet van 14 juli 1994 of van haar uitvoeringsbesluiten;
3° een inbreuk op de andere wettelijke en reglementaire bepalingen inzake
sociale zekerheid die hij heeft vastgesteld in het kader van zijn wettelijke
opdrachten, mededeelt aan de bevoegde overheidsdienst;
4° een inbreuk op de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake fiscale
aangelegenheden die hij heeft vastgesteld in het kader van zijn wettelijke
opdrachten, mededeelt aan de Federale Overheidsdienst Financiën;
5° opgeroepen wordt om een getuigenis af te leggen in strafzaken;
6° vertrouwelijke gegevens mededeelt in het kader van een administratieve
of gerechtelijke procedure waarin de Controledienst partij is;
7° aangifte doet van de door hem in het kader van zijn wettelijke
opdrachtenopdrachten vastgestelde strafrechtelijke misdrijven bedoeld in de
artikelen 63, 64 en 65;
8° aangifte doet van strafrechtelijke misdrijven, begaan hetzij door
aangestelden van de Controledienst, hetzij door derden, in de lokalen van de
Controledienst of begaan naar aanleiding van de werking van de
Controledienst;
9° vertrouwelijke gegevens meedeelt aan de CBFA en aan de Nationale Bank
van België met betrekking tot de activiteiten van de maatschappijen van
onderlinge bijstand bedoeld in de artikelen 43bis, § 5 en 70, §§ 6, 7 en 8.
Artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering is niet van toepassing op de
personen bedoeld in het eerste lid.”

Dit artikel moet samen worden gelezen met artikel 65, § 1 van de wet van 6
augustus 1990 ‘betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van
ziekenfondsen’. Artikel 65, § 1 van deze wet bepaalt dat elke overtreding

van de wet van 26 april 2010 (BS. 28 mei 2010) en artikel 91 van het koninklijk besluit van
3 maart 2O11 BS 9 maart 2018) .
                                                                          9

van artikel 59 van de wet wordt gestraft met de straffen gesteld in artikel
458 van het Strafwetboek.

De Commissie stelt vast dat de wetgever een zwijgplicht heeft opgelegd die
niet als een beroepsgeheim kan worden opgevat, maar waarvan het niet
naleven wel op dezelfde wijze wordt gesanctioneerd. De zwijgplicht geldt
slechts ten aanzien van de feiten waarvan de Controledienst en haar
personeel kennis hebben gekregen wegens hun functie en geldt niet ten
aanzien van alle bestuursdocumenten waarover zij beschikken.

De     Commissie     moet    echter    vaststellen  dat   de     gevraagde
bestuursdocumenten worden geacht te vallen onder het voorwerp van de
zwijgplicht zoals die in artikel 59 van de wet van 6 augustus 1990 is
opgenomen. In combinatie met artikel 6, § 2, 2°, van de wet van 11 april
1994 verhindert deze bijgevolg de openbaarmaking ervan. De Commissie
moet bovendien vaststellen dat het verzoek van de aanvrager niet valt onder
de uitzonderingsgronden op de zwijgplicht die de wetgever uitdrukkelijk
heeft vastgelegd.
De Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp (Parl. St. Kamer, 1998-
1999, nr. 1153/1, 25) bevat geen nadere informatie over de doelstelling die
de wetgever met deze zwijgplicht beoogde, zodat deze niet kan worden
ingeroepen om de omvang van de geheimhoudingsverplichting verder te
beperken.



De Commissie moet bijgevolg vaststellen dat in de huidige stand van de
wetgeving de Controledienst voor de ziekenfondsen er niet toe gehouden is
de gevraagde bestuursdocumenten openbaar te maken.



Brussel, 5 maart 2019.




   F. SCHRAM                                                K. LEUS
   secretaris                                              voorzitster

transparencia/cadas/abelfedcadapub/advies-2019-21/start.txt · Dernière modification : 2020/09/28 23:41 de 127.0.0.1