Outils pour utilisateurs

Outils du site


transparencia:cadas:abelfedcadapub:advies-2017-42:start

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 42

Met betrekking tot de toegang tot een dossier in het bezit van het RIZIV

Transposition

Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten

      Afdeling openbaarheid van bestuur




                    2 oktober 2017




                 ADVIES 2017-42

met betrekking tot de toegang tot een dossier in het
               bezit van het RIZIV
                    (CTB/2017/76)
                                                                        2

   1. Een overzicht

1.1. Bij e-mail van 7 mei 2017 vraagt de heer X, bestuurder voor NV
Lets i4, om inzage en afschrift van het dossier bedoeld onder DAC 9/12
waarvan hij kennisnam na melding door CM Leuven.

1.2. Omdat er geen reactie is gekomen op zijn aanvraag dienen de heer
X en mevrouw Y bij e-mail van 25 september 2017 een verzoek tot
heroverweging in bij het RIZIV. Diezelfde dag verzoeken zij de
Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van
bestuursdocumenten bij e-mail om een advies.

   2. De beoordeling van de adviesaanvraag

De aanvragers lijken op het eerste gezicht voldaan te hebben aan de
ontvankelijkheidsvereisten. Zo is voldaan aan de vereiste van de
gelijktijdigheid, zoals vermeld in artikel 8, § 2 van de wet van 11 april
1994 betreffende de openbaarheid van bestuur.

De Commissie moet evenwel vaststellen dat mevrouw Y niet betrokken
was bij het indienen van de oorspronkelijke aanvraag. Wie
oorspronkelijk geen verzoek om toegang heeft ingediend, kan in het
kader van de administratieve beroepsprocedure niet als partij optreden.
Wat dit aspect betreft, is de aanvraag niet ontvankelijk.

Wat de heer X betreft stelt de Commissie vast dat hij erop wijst op te
treden als bestuurder voor de NV Lets i4. Om aanspraak te maken op
toegang tot bestuursdocumenten van een NV dient de heer X aan te
tonen dat hij namens de NV kan optreden. Enig bewijs in die zin heeft
hij niet geleverd. Uit de beperkte contextuele informatie meent de
Commissie te kunnen uitmaken dat het betrokken dossier trouwens geen
betrekking heeft op de vennootschap Lets i4, maar op een persoonlijk
dossier van mevrouw Y. Voor zover de heer X optreedt namens de
vennootschap valt niet in te zien hoe hij een recht van toegang zou
kunnen hebben tot het persoonlijk dossier van mevrouw Y, dat naar
waarschijnlijkheid documenten van persoonlijke aard bevat. Een
document van persoonlijke aard is “een bestuursdocument dat een
beoordeling of een waardeoordeel bevat van een met naam genoemd of
gemakkelijk identificeerbaar natuurlijk persoon of de beschrijving van
een gedrag waarvan het ruchtbaar maken aan die persoon kennelijk
                                                                          3

nadeel kan berokkenen.” Hij heeft hoe dan ook niet het vereiste belang
om toegang te krijgen tot documenten van persoonlijke aard die op een
andere persoon betrekking wanneer hij het door artikel 4, tweede lid van
de wet van 11 april 1994 vereiste belang niet aantoont. Enig bewijs
hiervan is in de briefwisseling niet aangetroffen. Wat dit betreft moet het
verzoek evenzeer als niet ontvankelijk worden beschouwd. Voorts, zelfs
als hij dat belang had, dan nog kan hij niet zonder meer toegang krijgen
tot de documenten in het gevraagde dossier omwille van artikel 6, § 2, 1°
van de wet van 11 april 1994 aangezien de openbaarmaking ervan
afbreuk zou kunnen doen aan de persoonlijke levenssfeer van mevrouw
Y. Ook al kan de betrokkene, te dezen mevrouw Y, hiervoor
toestemming verlenen, dan ontbreekt enige toestemming in die zin. Het
geven van een toestemming zou trouwens ook tot gevolg hebben dat
deze uitzondering niet langer zou kunnen ingeroepen worden tegenover
iedereen die erom vraagt.

De Commissie wenst er voorts op te wijzen dat de heer X verwarring
zaait. Zijn verzoek tot heroverweging blijkt immers niet enkel gericht te
zijn tot de betrokken administratieve overheid, maar evenzeer aan
andere overheden, die mogelijk/wellicht niet eens in het bezit zijn van
het gevraagde dossier en derhalve in deze vraag om toegang niet kunnen
worden betrokken. De wet van 11 april 1994 schrijft bovendien
uitdrukkelijk voor dat het verzoek tot heroverweging moet gericht
worden tot de administratieve overheid waaraan het oorspronkelijke
verzoek werd gericht. Bovendien moet de Commissie opmerken dat
zowel het verzoek als het verzoek tot heroverweging dat ook wordt
geacht het verzoek om advies te bevatten, heel wat informatie bevat die
totaal irrelevant is voor de behandeling van het verzoek om toegang en
als dusdanig onduidelijkheid creëert met betrekking tot de aanvraag zelf.


Brussel, 2 oktober 2017.



   F. SCHRAM                                                K. LEUS
   secretaris                                              voorzitster

transparencia/cadas/abelfedcadapub/advies-2017-42/start.txt · Dernière modification : 2020/09/28 23:41 de 127.0.0.1