Outils pour utilisateurs

Outils du site


transparencia:cadas:abelfedcadapub:advies-2015-25:start

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 25

Met betrekking tot de weigering om toegang te verlenen tot het aanvraagdossier en de verstrekte adviezen over een domeinconcessie voor de bouw van een energie-atol op de Wenduinebank (De Haan)

Transposition

 Commissie voor de toegang tot en het
 hergebruik van bestuursdocumenten

      Afdeling openbaarheid van bestuur




                     4 mei 2015




                 ADVIES 2015-25

   met betrekking tot de weigering om toegang te
  verlenen tot het aanvraagdossier en de verstrekte
adviezen over een domeinconcessie voor de bouw van
  een energie-atol op de Wenduinebank (De Haan)
                    (CTB/2015/21)
                                                                         2

   1. Een overzicht

Bij mail van 25 maart 2015 verzoekt de heer Gregory Vermaercke
namens Van Winkel – Azur Invest Jan aan de Staatssecretaris voor
bestrijding van de sociale fraude, privacy en Noordzee, om een
elektronisch afschrift van het aanvraagdossier en alle intussen verstrekte
adviezen over de domeinconcessie voor de bouw van het energie-atol op
de Wenduinebank (De Haan).

Bij brief van 30 maart 2015 weigert de bevoegde Staatssecretaris een
kopie van de gevraagde documenten te verstrekken, omdat ze
documenten van persoonlijke aard zouden bevatten waarvoor de
aanvrager een belang moet doen blijken en omdat overeenkomstig
artikel 6, § 1, 7° van de wet van 11 april 1994 het belang van de
openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het belang van het
vertrouwelijk karakter van de ondernemings- en fabricagegegevens die
aan de overheid zijn meegedeeld.

Omdat zij het niet eens zijn met dit standpunt verzoeken de heren
Gregory Vermaercke en Marc D’hoore bij brief van 14 april 2015 dat de
Staatssecretaris zijn beslissing zou heroverwegen. Tegelijkertijd
verzoeken zij de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van
bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur, hierna
Commissie genoemd, om een advies.

   2. De ontvankelijkheid van de adviesaanvraag

De Commissie is van oordeel dat de adviesaanvraag ontvankelijk is. De
aanvrager heeft immers tegelijkertijd zoals artikel 8, § 2 van de wet van
11 april 1994 een verzoek tot heroverweging ingediend bij de bevoegde
staatssecretaris en de Commissie om een advies verzocht.

Aangezien de beroepsprocedure betrekking heeft op de toepassing van de
wet van 11 april 1994, is omwille van de toepassing van de wet van 5
augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-
informatie, de eerste wet niet van toepassing wanneer de gevraagde
informatie als milieu-informatie in de zin van deze laatste wet moet
worden beschouwd. Voor zover dit het geval is, is het verzoek om advies
niet ontvankelijk. Volgend advies heeft dan ook enkel betrekking voor
                                                                           3

zover de gevraagde documenten niet als milieu-informatie kunnen
worden gekwalificeerd.

   3. De gegrondheid van de adviesaanvraag

De Commissie wenst de staatssecretaris onder de aandacht te brengen dat
artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 uitgaan van de
principiële openbaarheid van alle bestuursdocumenten. De
openbaarmaking kan slechts worden geweigerd wanneer het belang
ontbreekt dat nodig is om toegang te verkrijgen tot documenten van
persoonlijke aard of wanneer één of meer uitzonderingsgronden kunnen
of moeten worden ingeroepen en dit inroepen in concreto en op
pertinente wijze kan worden gemotiveerd.

In de eerste plaats roept de staatssecretaris het ontbreken van het belang
in voor documenten van persoonlijke aard. Volgens artikel 1, tweede lid,
3° van de wet van 11 april 1994 is een document van persoonlijke aard
“een bestuursdocument dat een beoordeling of een waardeoordeel bevat
van een met naam genoemd of gemakkelijk identificeerbaar natuurlijk
persoon of de beschrijving van een gedrag waarvan het ruchtbaar maken
aan die persoon kennelijk nadeel kan berokkenen.” De Commissie heeft
in verschillende adviezen geoordeeld dat in het licht van artikel 32 van
de Grondwet de vereiste van een belang enkel betrekking kan hebben op
bepaalde informatie die aan deze definitie voldoet en niet automatisch op
het gehele bestuursdocument waarin dit soort van informatie is
opgenomen. De Commissie acht het weinig aannemelijk dat dergelijk
informatie aanwezig is in een aanvraag tot domeinconcessie en in
adviezen voor zover ze uitgaan van officiële instanties. De Commissie
wenst bovendien te benadrukken dat een document van persoonlijke
aard enkel op een natuurlijke persoon betrekking kan hebben en niet op
een rechtspersoon. Verder wil de Commissie onder de aandacht brengen
dat de Raad van State in zijn arrest nr. 218.666 van 28 maart 2012 erop
heeft gewezen dat de anonimisering van informatie die als document van
persoonlijke aard kan worden gekwalificeerd, automatisch voor gevolg
heeft dat het niet meer als een document van persoonlijke aard kan
worden beschouwd, zodat ook niet langer een belang dient te worden
aangetoond.

Daarnaast roept de staatssecretaris ook artikel 6, § 1, 7° van de wet van 11
april 1994 in om de openbaarmaking van de gevraagde documenten te
                                                                        4

weigeren. Deze uitzonderingsgrond houdt in dat een administratieve
overheid de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een
bestuursdocument afwijst, wanneer zij heeft vastgesteld dat het belang
van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het uit de
aard van de zaak vertrouwelijk karakter van de ondernemings- en
fabricagegegevens die aan de overheid zijn meegedeeld. Deze
uitzonderingsgrond kan dus niet zomaar worden ingeroepen. Ze kan
enkel worden ingeroepen voor informatie die uit de aard van de zaak een
vertrouwelijk economisch karakter vertoont. Niet elke informatie van
economische aard vertoont evenwel dit vereiste vertrouwelijke karakter.
Zelfs wanneer dit vertrouwelijke economische karakter voorhanden is,
moet nog steeds een belangenafweging plaatsvinden, waaruit blijkt dat
dit vertrouwelijke economische belang zwaarder doorweegt dan het
algemeen belang dat gediend is met de openbaarmaking. In deze zaak
kan immers niet ontkend worden dat een zeker publiek belang net
gediend is met de openbaarmaking. De Commissie wenst er verder op te
wijzen dat de motivering in concreto dient te gebeuren zodat algemene
stijlformules onvoldoende zijn. Dit houdt in dat rekening houdend met
de concrete elementen van de betrokken bestuursdocumenten wordt
aangetoond waarom niet tot openbaarmaking kan worden overgegaan.
Het feit dat bepaalde informatie bv. via een openbaar onderzoek of bv.
op grond van een algemene publiciteitsvereiste, openbaar is gemaakt, laat
niet toe om deze informatie nog onder de noemer van vertrouwelijke
economische informatie te plaatsen.

Tenslotte wenst de Commissie het principe van de gedeeltelijke
openbaarmaking te benadrukken. Enkel informatie die onder een
uitzonderings- of andere weigeringsgrond valt, kan aan de
openbaarmaking worden onttrokken. Alle andere informatie in een
bestuursdocument dient vooralsnog aan de aanvrager te worden
meegedeeld.

Brussel, 4 mei 2015.




   F. SCHRAM                                             M. BAGUET
   secretaris                                            voorzitster

transparencia/cadas/abelfedcadapub/advies-2015-25/start.txt · Dernière modification : 2020/09/28 23:41 de 127.0.0.1