[[..:..:start|Cadas]] > [[..:start|Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis]] ==== Advies 35 ==== ====== Over de weigering om toegang te verlenen tot een aantal documenten in het kader van een aanvraag voor de toekenning van een domeinconcessie ====== Date: 31/5/2010 * Source: [[https://www.ibz.rrn.fgov.be/fr/commissions/publicite-de-ladministration/avis/2010/ADVIES-2010-35.pdf]] * Copie locale: {{.:advies-2010-35.pdf}} ===== Transposition ===== Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Afdeling openbaarheid van bestuur 31 mei 2010 ADVIES 2010-35 over de weigering om toegang te verlenen tot een aantal documenten in het kader van een aanvraag voor de toekenning van een domeinconcessie (CTB/2010/29) 2 1. Een overzicht Bij aangetekende brief van 11 maart 2010 vroeg de T.H.V. ELECTRABEL-JAN DE NUL de Minister voor Klimaat en Energie met toepassing van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur een kopie van volgende documenten: 1° de analyse van het aanvraagdossier door de CREG op basis van de toekenningscriteria neergelegd in artikel 3 van het koninklijk besluit van 20 december 2000; 2° het voorstel (E) 090827-cdc-889 van 27 augustus 2009 van de CREG, zoals vermeld in de brief van de FOD Economie van 19 februari 2010; 3° de beslissing waarin wordt geoordeeld het aanvraagdossier van de T.H.V. ELECTRABEL-DE NUL ingediend in mededinging op 25 augustus 2008, niet te weerhouden; 4° alle andere (voor)beslissingen genomen in het kader van de procedure voor de toekenning van de domeinconcessie die boven de BLIGHBANK-zone ligt. Bij brief van 1 april 2010 is de Minister voor Klimaat en Energie slechts gedeeltelijk ingegaan op de vraag om de gevraagde documenten openbaar te maken in die zin dat slechts het voorstel (E) 090827-cdc-889 van 27 augustus 2009 van de CREG via e-mail van 20 april 2010 werd bezorgd. Bij brief van 13 mei 2010 vraagt T.H.V. ELECTRABEL-JAN DE NUL de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur, hierna Commissie genoemd, om een advies. Bij brief van 13 mei 2010 werd bij de Minister voor Klimaat en Energie ook een verzoek tot heroverweging ingediend. Deze brief bevat niet enkel een verzoek tot heroverweging in verband met de niet verstrekte documenten, maar eveneens een aanvullende vraag om toegang tot volgende informatie: 1° de coördinaten van de pijpleidingen, waarnaar wordt verwezen op pagina 60 van het voorstel (E) 090827-cdc-889 van 27 augustus 2009 van de CREG, en dewelke de CREG heeft verkregen bij de eigenaars van deze pijpleidingen; 2° de coördinaten van de overzeese telecommunicatiekabels, waarnaar verwezen wordt op pagina 61 van het voorstel (E) 090827-cdc-889 van 3 27 augustus 2009 van de CREG, en dewelke de CREG heeft bekomen bij de Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid. De brief, waarin het verzoek om advies werd geformuleerd, verwees naar de briefwisseling die was gevoerd met de Minister voor Klimaat en Energie en de FOD Economie. Deze documenten waren echter niet toegevoegd aan de aanvraag. Het secretariaat van de Commissie vroeg deze briefwisseling bij mail van 20 mei 2010 op. Bij brief gedateerd 19 mei 2010 zouden deze documenten aan de Commissie verstuurd zijn. Omdat deze de Commissie niet bereikten, werden digitale kopies van deze briefwisseling gevraagd aan de T.H.V. ELECTRABEL-JAN DE NUL. Deze kopies werden verkregen op 28 mei 2010. 2. De ontvankelijkheid van de adviesaanvraag De Commissie stelt vast dat de aanvrager tegelijkertijd een verzoek tot heroverweging heeft ingediend bij de Minister voor Klimaat en Energie en een verzoek om advies bij de Commissie. De Commissie moet echter opmerken dat de Commissie enkel een advies kan verstrekken over verzoeken waarover een initiële aanvraag was ingediend en waarna vervolgens een verzoek tot heroverweging werd ingediend. De vragen om aanvullende informatie werden pas voor het eerst gesteld op 13 mei 2010 zodat de Minister voor Klimaat en Energie vanaf het moment van ontvangst over dertig dagen beschikt om zijn beslissing tot openbaarmaking kenbaar te maken aan de aanvrager. Wat dit aspect betreft is de vraag om advies aan de Commissie voortijdig. De Commissie wenst er verder op te wijzen dat dit advies geen betrekking heeft op informatie die volgens de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie als milieu- informatie moet worden gekwalificeerd. De toepassing van de wet van 5 augustus 2006 sluit in dit geval immers de toepassing van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur uit. 3. De gegrondheid van de adviesaanvraag In de mate de aanvraag ontvankelijk is, is de Commissie van mening dat de Minister van Klimaat en Energie slechts de openbaarmaking van bestuursdocumenten kan weigeren als hij één of meer 4 uitzonderingsgronden moet of kan inroepen die hun grondslag in artikel 6, §§ 1 tot 3 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur vinden. Bovendien moet zij telkens in concreto en op pertinente wijze het inroepen van een uitzonderingsgrond motiveren. De Commissie stelt vast dat voor de bestuursdocumenten die werden gevraagd en niet werden verstrekt, op geen enkele wijze wordt gemotiveerd waarom ze niet werden vrijgegeven. Als de Minister geen motivering kan aanvoeren van de weigering om toegang te verlenen, is hij ertoe gehouden deze openbaar te maken. Ook wil de Commissie erop wijzen dat wat het verstrekte document betreft de Minister op geen enkele wijze motiveert waarom bepaalde informatie werd geschrapt. Ook al blijkt niet meteen dat de aanvrager daarin problemen ziet, toch moet ook het schrappen van informatie in een bestuursdocumenten worden verantwoord aangezien artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 uitgaan van de principiële openbaarheid van alle bestuursdocumenten. Brussel, 31 mei 2010. F. SCHRAM J. BAERT secretaris voorzitter