Table des matières

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 89

Met betrekking tot het verkrijgen van toegang tot documenten met betrekking tot contracten die de Federale Politie heeft afgesloten met een aantal beveiligingsfirma’s

Date: 19/08/2019

Transposition

Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten

    Afdeling openbaarheid van bestuur




                  19 augustus 2019




                ADVIES 2019-89

met betrekking tot het verkrijgen van toegang tot
documenten met betrekking tot contracten die de
 Federale Politie heeft afgesloten met een aantal
                beveiligingsfirma’s

                   (CTB/2019/83)
                                                                          2

   1. Een overzicht

1.1. Bij e-mail van 26 april 2019 vraagt de heer X, aan de Federale Politie
om een – bij voorkeur digitale - kopie van alle contracten die de Federale
Politie de voorbije 5 jaren heeft afgesloten met één van de volgende
bedrijven, met hun dochteraannemingen of met alle andere
rechtspersonen waarin deze rechtstreeks of onrechtstreeks participeren
(via onder andere aandeelhouderschap, outsourcing of als
onderaannemer) :
     G4S PLC (www.g4s.com)
     Securitas AB (www.securitas.com)
     SERIS Security NV (www.seris.be)
     Trigion NV (https://www.facilicom.be/nl/security)
     ICTS Europe S.A. (http://www.ictseurope.com)
     F.A.C.T. SECURITY SPRL (www.factgroup.be)
Hij vraagt meer bepaald:
     “een afschrift van elk van deze contracten
     een oplijsting per jaar en per contract van de uitgaven die de
        afgelopen 5 jaar gedaan zijn in het kader van elk van de hierboven
        vermelde contracten;
     per contract wil hij volgende zaken vernemen of kunnen afleiden:
         het bedrag waarvoor een overeenkomst aangegaan is
         de te leveren diensten waarvoor het contract werd afgesloten
         de looptijd van deze contracten
         hoe vaak deze contracten reeds verlengd zijn
         of er plannen zijn om deze contracten te verlengen
     daarnaast wenst hij voor de afgelopen 5 jaar graag:
         een afschrift van eventuele klachten die uw organisatie de
            voorbije 5 jaar ontvangen heeft over de hierboven vermelde
            bedrijven
         een afschrift van eventuele klachten die uw organisatie zelf
            heeft overgemaakt aan de hierboven vermelde bedrijven
         een afschrift van eventuele ingebrekestellingen die uw
            organisatie gestuurd heeft naar de hierboven vermelde bedrijven
         een oplijsting van eventuele rechtszaken en andere juridische
            procedures die uw organisatie heeft aangespannen tegen de
            hierboven vermelde bedrijven en de reden om deze procedures in
            te stellen
         een oplijsting van alle contacten die er geweest zijn tussen uw
            organisatie en de hierboven vermelde bedrijven in het kader van
            het uitbesteden van diensten.”
                                                                                   3

1.2. Bij e-mail van 29 april 2019 bezorgt de Federale Politie aan de
aanvrager een ontvangstmelding van zijn aanvraag.

1.3. Bij e-mail van 3 juli 2019 brengt de aanvrager de Federale Politie zijn
verzoek in herinnering.

1.4. Bij e-mail van 9 juli 2019 antwoordt de Federale Politie op de aanvraag
het volgende:

“Tijdens de afgelopen 5 jaar heeft de Federale Politie voor twee opdrachten een
beroep gedaan op private beveiligingsfirma’s:
         Kort na de aanslagen van maart 2016 werd een overeenkomst
        ondertekend door de minister van Binnenlandse Zaken voor de pre-
        screening van passagiers gedurende de heropstart van de activiteiten op
        Brussels Airport. In dit verband heeft de Raad van Ministers van 13 mei
        2016 besloten om de tijdelijke aanstelling van pre-screening toe te
        vertrouwen aan G4S, op grond van artikel 26, § 1, 1 °, c) en artikel 26, § 1,
        1, f) van de wet op overheidsopdrachten van 15 juni 2006. Het protocol
        werd op 19 mei 2016 ondertekend door de minister van Binnenlandse
        Zaken en de directeur van G4S. De overeenkomst liep van 3 april 2016 tot
        en met 31 december 2016. In totaal werd een bedrag van € 4.479.043,92
        betaald door de Federale Politie voor deze periode. De overeenkomst
        voorzag in de pre-screening van bagage en passagiers op Brussels Airport,
        voordat ze de vertrekhal van de luchthaven zelf binnengingen.
         Afgezien van dit zeer specifieke geval, heeft de Federale Politie tijdens
        de afgelopen 5 jaar slechts één openbare aanbesteding opgesteld voor
        private beveiligingsdiensten. Het ging hierbij om een overheidsopdracht
        voor de bewaking van snelwegparkings, in het kader van de
        transmigrantenproblematiek, voor een waarde van € 310.717,00 (inclusief
        BTW). Het contract – dat afgesloten werd met FACT group - betrof de
        mobiele bewaking van snelwegparkings door beveiligingsagenten, al dan
        niet vergezeld door een hond. De aanbesteding voorzag niet in een exact
        aantal beveiligingsagenten, maar dit aantal kon variëren naargelang de
        behoeften ter plaatse. Het contract werd gedurende een periode van twee
        maanden uitgevoerd. Het begon op 10 februari 2018 en werd beëindigd op
        10 april 2018.
De Federale Politie heeft in deze periode geen klachten ontvangen ten aanzien van
deze bedrijven, noch heeft zij zelf klachten overgemaakt aan G4S en/of FACT
group.”

1.5. Bij e-mail van 11 juli 2019 vraagt de aanvrager om van het eerste
contract een afschrift van de precieze opdrachtomschrijving in de
contracten zelf te verkrijgen. Dit noemt hij zelf het uiteindelijk verzoek
tot afschrift.
                                                                            4



1.6. Bij e-mail van 16 juli 2019 antwoordt de Federale Politie aan de
aanvrager dat ze bezig is met de aanvraag. De aankoopdienst van de
Federale Politie blijkt niet in het bezit te zijn van deze overeenkomst,
omdat deze in 2016 niet via hen werd afgesloten. Gelet op de speciale
omstandigheden en de hoogdringendheid van die zaak na de aanslagen,
werd wellicht een speciale procedure gevolgd, waarbij mogelijk de
overeenkomst rechtstreeks via de FOD Binnenlandse Zaken werd
afgesloten. Er is contact opgenomen met de FOD Binnenlandse Zaken om
na te gaan of dit effectief het geval is.

1.7. Bij e-mail van 16 juli 2019 laat de Federale Politie de aanvrager weten
dat de overeenkomst ook niet met tussenkomst van de FOD Binnenlandse
Zaken of via hen werd afgesloten, maar rechtstreeks tussen Brussels
Airport en G4S.

1.8. Bij e-mail van 19 juli 2019 laat de Federale Politie de aanvrager weten
dat zij toch in het bezit zou zijn van de gevraagde overeenkomst. In bijlage
ontvangt hij het document. Gegevens in de overeenkomst die niet
openbaar kunnen worden gemaakt op basis van de hierna vermelde
weigeringsgronden werden onleesbaar gemaakt. Er wordt verwezen naar
de uitzonderingsgrond in artikel 6, § 1, 4° en naar artikel 6, § 1, 7° van de
wet van 11 april 1994.

1.9. Bij e-mail van 5 juli 2019 dient de aanvrager een verzoek tot
heroverweging in bij de Federale Politie. Tegelijkertijd verzoekt hij de
Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van
bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur (hierna
Commissie genoemd) om een advies.

   2. De ontvankelijkheid van de aanvraag

De Commissie is van oordeel dat het verzoek om advies ontvankelijk is.
Zoals de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de openbaarheid van bestuur’
(hierna: de wet van 11 april 1994) voorschrijft heeft de aanvrager zijn
verzoek om advies aan de Commissie en het verzoek tot heroverweging
aan de Federale Politie tegelijkertijd ingediend.
                                                                             5

   3. De gegrondheid van de aanvraag

Artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 huldigen
principieel het recht van toegang tot alle bestuursdocumenten. De toegang
tot bestuursdocumenten kan slechts worden geweigerd wanneer één of
meer uitzonderingsgronden kunnen of moeten worden ingeroepen die
zich bevinden in artikel 6 van de wet van 11 april 1994 en dit inroepen in
concreto en op pertinente wijze kan worden gemotiveerd. Slechts
uitzonderingsgronden die bij wet zijn opgelegd kunnen worden
ingeroepen en bovendien geldt dat ze beperkend geïnterpreteerd moeten
worden (Arbitragehof, arrest nr. 17/97 van 25 maart 1997, overweging
B.2.1 en 2.2 en Arbitragehof, arrest nr. 150/2004 van 15 september 2004,
overweging B.3.2).

De Commissie stelt vast dat de Federale Politie twee uitzonderingsgronden
inroept om bepaalde gegevens niet openbaar te maken in het betrokken
contract, meer bepaald artikel 6, § 1, 4° en artikel 6, § 1, 7° van de wet van
11 april 1994. De Commissie stelt vast dat de motivering niet voldoet aan
de vereisten gesteld in de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de
uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen’ en de specifieke
vereisten gesteld in artikel 6, § 1 van de wet van 11 april 1994 wat de in te
roepen uitzonderingsgronden betreft. Deze uitzonderingsgronden luiden
in de wet van 11 april 1994 als volgt:
“Een federale of niet-federale administratieve overheid wijst de vraag om
inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument af,
wanneer zij heeft vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet
opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen:
4° de openbare orde, de veiligheid of de verdediging van het land;
7° het uit de aard van de zaak vertrouwelijk karakter van de
ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn
meegedeeld;”

In principe is vereist dat een motivering in concreto plaatsvindt, wat
inhoudt dat met verwijzing naar de informatie in het betrokken
bestuursdocument wordt aangetoond dat het beschermde belang aan de
orde is. Op grond van artikel 4, 2° van de wet van 29 juli 1991 geldt de
formele motiveringsplicht evenwel niet als de motivering van de
handeling de openbare orde kan verstoren, uitzonderingsgrond die evenzo
strikt te interpreteren is. De Commissie wenst er wel op te wijzen dat zelfs
in het geval een beroep kan worden gedaan op het ‘openbare orde’
                                                                         6

verstorende karakter steeds een materiële motivering vereist is, wat
inhoudt dat de motivering in het administratief dossier met betrekking tot
de aanvraag moet aanwezig zijn, maar niet in de weigeringsbeslissing aan
de aanvrager.

Met betrekking tot het inroepen van artikel 7, § 1, 7° van de wet van 11
april 1994 volstaat het niet dat het beschermde belang aan bod komt in het
contract. In de eerste plaats is vereist dat de openbaarmaking schade aan
het beschermde belang toebrengt. Bovendien moet in concreto worden
aangetoond dat het belang dat gediend is met de openbaarheid niet
zwaarder weegt dan het beschermde belang. Het komt de Federale Politie
toe de betrokken belangen af te wegen.

Met betrekking tot het inroepen van deze uitzonderingsgrond wenst de
Commissie er de Federale Politie op attent te maken dat niet om het even
welke commerciële informatie beschermd wordt. Het betreft enkel om
informatie die uit de aard van de zaak vertrouwelijke ondernemings- en
fabricagegegevens bevat die aan de overheid zijn meegedeeld. Zo vallen
globale bedragen niet onder de bescherming van deze uitzondering.


Brussel, 19 augustus 2019.




   F. SCHRAM                                               K. LEUS
   secretaris                                             voorzitster