Table des matières

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 117

Met betrekking tot het verkrijgen van informatie van bepaalde ondernemingen die vrijstelling van belasting ontvangen

Date: 03/12/2018

Transposition

 Commissie voor de toegang tot en het
 hergebruik van bestuursdocumenten

       Afdeling openbaarheid van bestuur




                    3 december 2018




                 ADVIES 2018-117

met betrekking tot het verkrijgen van informatie van
bepaalde ondernemingen die vrijstelling van belasting
                     ontvangen

                    (CTB/2018/112)
                                                                        2

   1. Een overzicht

1.1. Bij brief van 21 september 2018 vraagt mevrouw Martine Van
Hecke, namens Test Aankoop aan de voorzitter van het Directiecomité
van de FOD Financiën om een aantal gegevens m.b.t. fiscale voordelen
om Onderzoek en Ontwikkeling te stimuleren, meer bepaald per
categorie van fiscaal voordeel, de omvang van de bedragen van fiscale
uitgaven, en dit voor de jaren 2012-2017, zowel op niveau van de
volgende NACE-Bel codes, als op niveau van de individuele
ondernemingen die behoren tot deze NACE-Bel codes:

   -   21.1 Vervaardiging van farmaceutische grondstoffen
   -   21.2 Vervaardiging van farmaceutische producten
   -   26.6 Vervaardiging van bestralingsapparatuur en van
       elektromedische en elektrotherapeutische apparatuur
   -   32.5 Vervaardiging van medische en tandheelkundige
       instrumenten en benodigdheden
   -   72.11 Speur- en ontwikkelingswerk op biotechnologisch gebied
       (binnen het biomedische domein zo mogelijk)
   -   72.19    Overig      speur-    en     ontwikkelingswerk   op
       natuurwetenschappelijk gebied (binnen het biomedische domein
       zo mogelijk)
   -   85.9 Overige menselijke gezondheidszorg

1.2 Bij e-mail van 21 september 2018 antwoordt de voorzitter van het
Directiecomité van de FOD Financiën aan Test Aankoop dat hij het
verzoek goed heeft ontvangen en laat nagaan welke gegevens aan de
aanvraagster kunnen worden bezorgd. Hij wijst erop dat de wetgeving op
de openbaarheid van bestuur betrekking heeft op bestuursdocumenten
en niet op andere informatie.

1.3 Bij e-mail van 2 oktober 2018 vraagt de aanvraagster of er al tijd is
gevonden om de betreffende gegevensbestanden nader te bekijken en
wijst ze erop dat ook informatie uit een databank onder de wetgeving
openbaarheid van bestuur valt.

1.4. Bij e-mail van 2 oktober 2018 antwoordt de voorzitter van het
Directiecomité van de FOD Financiën dat het onderzoek nog aan de gang
is. Hij stelt dat als de gegevens als dusdanig in een databank aanwezig
zijn er zich geen probleem stelt, tenzij het gaat om individuele gegevens
                                                                        3

die onder het wettelijk beroepsgeheim vallen (individuele gegevens). In
dat laatste geval kunnen die niet worden meegedeeld.

1.5 Bij e-mail van 10 oktober 2018 vraagt mevrouw Van Hecke om een
stand van zaken van het gevoerde onderzoek.

1.6. Omdat zij geen reactie krijgt op haar verzoek, dient de aanvraagster
bij brief van 12 november 2018 een verzoek tot heroverweging in bij de
FOD Financiën. Zij vraagt bij brief met dezelfde datum ook om een
advies van de Commissie voor de toegang tot het hergebruik van
bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur, hierna de
Commissie genoemd.

   2. De ontvankelijkheid van de aanvraag

De Commissie is van mening dat de adviesaanvraag ontvankelijk is. De
aanvrager heeft immers tegelijkertijd zijn verzoek tot heroverweging aan
de FOD Financiën en het verzoek om advies aan de Commissie ingediend
overeenkomstig artikel 8, § 2 van de wet van 11 april 1994 ‘betreffende
de openbaarheid van bestuur’ (hierna: wet van 11 april 1994).

   3. De gegrondheid van de aanvraag

Artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 huldigen
principieel het recht van toegang tot alle bestuursdocumenten. De
toegang tot bestuursdocumenten kan slechts worden geweigerd wanneer
één of meer uitzonderingsgronden kunnen of moeten worden
ingeroepen die zich bevinden in artikel 6 van de wet van 11 april 1994
en dit inroepen in concreto en op pertinente wijze kan worden
gemotiveerd. Slechts uitzonderingsgronden die bij wet zijn opgelegd
kunnen worden ingeroepen en bovendien geldt dat ze beperkend
geïnterpreteerd moeten worden (Arbitragehof, arrest nr. 17/97 van 25
maart 1997, overwegingen B.2.1 en B.2.2 en Arbitragehof, arrest nr.
150/2004 van 15 september 2004, overweging B.3.2).

Het recht van toegang tot bestuursdocumenten is weliswaar van
toepassing op alle informatie, maar die informatie moet zich wel op een
drager bevinden om onder het toepassingsgebied van de wet van 11 april
1994 te vallen. Een databank en gegevens in een databank moeten
worden beschouwd als een bestuursdocument. Dit geldt ook voor de
                                                                        4

combinatie van gegevens in een databank voor zover zij zonder veel
inspanningen met de voorhanden zijnde gereedschappen van de
databank uit de databank kunnen worden verkregen. Uit de wet van 11
april 1994 vloeit geen verplichting voort om een bijkomende manipulatie
van de gegevens uit te voeren om aan de gevraagde informatie te komen.

Voor zover de aanvraag betrekking heeft op bestuursdocumenten zoals
hiervoor uiteengezet, is de toegang enkel uitgesloten dan na het inroepen
van één of meer uitzonderingsgronden en na het in concreto motiveren
ervan. De Commissie wenst er in elk geval op te wijzen dat artikel 337
WIB 92 in combinatie met artikel 6, § 2, 2° van de wet van 11 april 1994
een zwakke rechtsgrond biedt voor het weigeren van toegang gezien de
onduidelijke formulering van de bepaling en de uiteenlopende
interpretaties over de draagwijdte ervan.

De Commissie wenst in elk geval reeds nu erop te wijzen dat bij het
inroepen van andere eventuele uitzonderingsgronden rekening moet
worden gehouden met het principe van de gedeeltelijke
openbaarmaking. Ook wenst de Commissie te benadrukken dat er een
verschil in gevoeligheid bestaat van de gegevens voor zover het gaat om
geaggregeerde informatie dan wel om informatie op het individuele
niveau van een concrete belastingplichtige. Het komt evenwel aan de
FOD Financiën toe om de concrete motivering hiervoor aan te leveren.


Brussel, 3 december 2018.




   F. SCHRAM                                               K. LEUS
   secretaris                                             voorzitster