Table des matières

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 129

Met betrekking tot de weigering om toegang te verlenen tot de operatie “inherent Resolve”

Date: 20/12/2016

Transposition

Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten

    Afdeling openbaarheid van bestuur




                20 december 2016




              ADVIES 2016-129

 met betrekking tot de weigering om toegang te
  verlenen tot de operatie “inherent Resolve”
                 (CTB/2016/127)
                                                                           2

1.       Een overzicht

1.1. Bij brief van 14 juni 2016 vraagt mevrouw X, namens Vredesactie,
om een kopie -bij voorkeur op digitale wijze - van alle wekelijkse
overzichten van de buitenlandse operaties sinds augustus 2008 tot op
heden (of gelijkaardige overzichten indien het ritme van publicatie
wijzigde).

1.2. Bij brief van 6 september 2016 vraagt mevrouw X een kopie - bij
voorkeur op digitale wijze - van alle overzichten van de buitenlandse
operaties sinds november 2014.

1.3. Bij brief van 20 oktober 2016 vraagt de aanvraagster alle
documenten op die een algemeen periodiek (wekelijks, maandelijks of
met een andere regelmaat) overzicht geven van de stand van zaken van
de operatie Desert Falcon in Syrië en Irak voor de periode van november
2014 tot nu. Het gaat om documenten die de volgende informatie
bevatten:

     -     de doelstelling, samenstelling en organisatie van de coalitie die
           operatie Inherent Resolve uitvoert (waarin de Belgische operatie
           Desert Falcon kadert);
     -     de locatie waar de Belgische militairen gestationeerd zijn en per
           locatie de taakomschrijving van de Belgische militairen;
     -     het aantal Belgische militairen ter plaatse;
     -     per detachement de significante gebeurtenissen in de afgelopen
           periode.

1.4. Bij brief van 17 november 2016 weigert het kabinet Defensie en
Ambtenarenzaken de toegang. Wat betreft “de doelstelling,
samenstelling en organisatie van de coalitie die operatie “Inherent
Resolve” uitvoert, behoort dit tot de administratie van “de coalitie” en
niet tot de administratie van de Belgische Defensie. Wat betreft ‘de
locatie waar de Belgische militairen gestationeerd zijn en per locatie de
taakomschrijving van de Belgische militairen’ werd de missie op zich
beschreven in een persconferentie, de opdracht van de missie behoort tot
‘beperkte verspreiding’ en de locatie op zich wordt nooit beschreven.
Omwille van veiligheidsredenen werden deze documenten opgenomen
in een ‘geclassificeerd’ operatieorder, wat in casu wil zeggen dat deze
documenten niet vrijgegeven mogen worden, zoals voorzien op grond
                                                                      3

van artikel 6, § 2 van de wet van 11 april 1994 op grond waarvan een
overheid de openbaarmaking moet weigeren indien ze afbreuk doet aan
bepaalde belangen, in dit geval refererend naar de wet van 11 december
1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen,
veiligheidsattesten   en    veiligheidsadviezen.   De    overige   niet
geclassificeerde elementen werden reeds meegedeeld (onder andere via
de persconferentie) en worden tevens hernomen in de antwoorden op de
parlementaire vragen en in de antwoorden op de brieven van de
aanvrager van 20 juni 2016 en 6 september 2016. Er wordt verder
verwezen naar de website www.mil.be.

1.5. Omdat zij het niet eens is met dit standpunt vraagt mevrouw X bij
brief van 21 november 2016 dat het Ministerie van Landsverdediging
haar verzoek zou heroverwegen. Bij mail van dezelfde dag verzoekt zij
de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van
bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur, hierna
Commissie genoemd, om een advies. De Commissie ontving deze mail op
21 november 2016.

   2.   De ontvankelijkheid van de adviesaanvraag

De Commissie is van mening dat de adviesaanvraag ontvankelijk is. Het
verzoek tot heroverweging aan het Ministerie van Landsverdediging en
het verzoek om advies aan de Commissie werden tegelijkertijd ingediend
zoals artikel 8, § 2 van de wet van 11 april 1994 voorschrijft.

   3. De gegrondheid van de adviesaanvraag

Artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 betreffende de
openbaarheid van bestuur huldigen principieel het recht van toegang tot
alle bestuursdocumenten. De toegang tot bestuursdocumenten kan
slechts worden geweigerd wanneer het belang ontbreekt voor de toegang
tot een document van persoonlijke aard en wanneer één of meer
uitzonderingsgronden kunnen of moeten worden ingeroepen die zich
bevinden in artikel 6 van de wet van 11 april 1994 en dit inroepen in
concreto en op pertinente wijze kan worden gemotiveerd. Slechts
uitzonderingsgronden die bij wet zijn opgelegd kunnen worden
ingeroepen en bovendien geldt dat ze beperkend geïnterpreteerd moeten
worden (Arbitragehof, arrest nr. 17/97 van 25 maart 1997, overweging
                                                                           4

B.2.1 en 2.2 en Arbitragehof, arrest nr. 150/2004 van 15 september 2004,
overweging B.3.2).

De Commissie merkt op dat het Ministerie van Landsverdediging stelt
dat “wat betreft ‘de doelstelling, samenstelling en organisatie van de
coalitie die operatie ‘inherent Resolve’ uitvoert” niet tot de administratie
van de Belgische Defensie behoort maar tot de administratie van de
coalitie. De wet van 11 april 1994 is evenwel duidelijk op dit vlak: alle
informatie, ongeacht de vorm, waarover een federale administratieve
overheid beschikt is een bestuursdocument dat onder het
toepassingsgebied van de wet van 11 april 1994 valt. Het is daarbij
voldoende dat een bepaald document in het bezit is van een Belgische
administratieve overheid. Het is dan ook maar in zover het Ministerie
van Landsverdediging kan aantonen dat zij geen documenten bezit die
aan het verzoek van de aanvraagster beantwoorden, dat er op die vraag
niet kan worden ingegaan. In dit geval rust evenwel op het Ministerie
van Landsverdediging de verplichting om de aanvraagster op de hoogte
te brengen tot wie hij zich kan wenden om eventueel toch de gewenste
documenten te verkrijgen.

Wat betreft “de locatie waar de Belgische militairen gestationeerd zijn en
per locatie de taakomschrijving van de Belgische militairen” is de
motivering die het Ministerie van Landsverdediging niet afdoende. Zij
dient duidelijk te maken of de documenten al dan niet geclassificeerd
zijn op grond van en onder de voorwaarden van de wet van 11 december
1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen,
veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. In dit geval dient zij
toepassing te maken van artikel 26, § 1 van deze wet op grond waarvan
op grond van deze wet geclassificeerde documenten uitgesloten zijn van
het toepassingsgebied van de wet van 11 april 1994. Artikel 6, § 2, 4° van
de wet van 11 april 1994 op grond waarvan een administratieve overheid
de openbaarheid moet weigeren wanneer de openbaarmaking van het
bestuursdocument afbreuk doet aan de belangen bedoeld in artikel 3 van
de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de
veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, kan
slechts worden ingeroepen voor zover de belangen geraakt worden die in
artikel 3 van de wet van 11 december 1998 worden opgesomd, zonder
dat de beoogde bestuursdocumenten werden geclassificeerd. Bovendien
heeft de Commissie geoordeeld dat wanneer het betrokken belang in
artikel 6, § 1 al werd vermeld, in dit geval voorrang moet worden
                                                                        5

gegeven aan deze uitzonderingsgrond, omdat nu eenmaal artikel 32 Gw.
uitgaat van de principiële openbaarheid van alle bestuursdocumenten en
de beoogde uitzonderingsgronden op deze grondwetsbepaling een
relatief karakter dienen te hebben. Uit de argumentatie blijkt niet
duidelijk welke van de drie situaties in casu van toepassing is. Dit moet
het Ministerie van Landsverdediging op zijn minst verduidelijken en in
functie daarvan de vereiste motivering aanvoeren.

Wat de overige documenten betreft kan het Ministerie van
Landsverdediging niet verwijzen naar een persconferentie of naar een
website wanneer de aanvraagster de documenten die zij vraagt, bij
voorkeur digitaal wenst te ontvangen. De keuze voor de wijze waarop de
aanvrager zijn recht van toegang immers uitoefent, komt immers de
aanvraagster toe. Een verwijzing valt daar niet onder.


Brussel, 20 december 2016.




   F. SCHRAM                                             M. BAGUET
   secretaris                                            voorzitster