Table des matières

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 4

Met betrekking tot de impliciete weigering om toegang te geven tot het fiscale dossier

Date: 11/1/2016

Transposition

 Commissie voor de toegang tot en het
 hergebruik van bestuursdocumenten

       Afdeling openbaarheid van bestuur




                    11 januari 2016




                  ADVIES 2016-04

met betrekking tot de impliciete weigering om toegang
            te geven tot het fiscale dossier
                     (CTB/2016/01)
                                                                        2

1. Een overzicht

Op 27 november 2015 vraagt de heer Luc Vanheeswijck namens de heer
en mevrouw X om toegang tot het administratief controledossier bij de
Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie en in het bijzonder
de informatie en stukken bekomen van de Nederlandse
belastingadministratie in het kader van dit dossier.

Omdat hij niet binnen de wet bepaalde termijn de gevraagde toegang
verkrijgt, dient hij bij de FOD Financiën een verzoek tot heroverweging
in. Tegelijkertijd verzoekt hij de Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur,
hierna Commissie genoemd, om een advies.

2. De ontvankelijkheid van de adviesaanvraag

De Commissie oordeelt dat de aanvrager voldaan heeft aan de wettelijke
vereiste van de gelijktijdigheid van het verzoek tot heroverweging aan de
FOD Financiën en van het verzoek om advies aan de Commissie. Het
verzoek om advies is bijgevolg ontvankelijk.

3. De gegrondheid van de adviesaanvraag

Artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 betreffende de
openbaarheid van bestuur huldigen principieel het recht van toegang tot
alle bestuursdocumenten. De toegang tot bestuursdocumenten kan
slechts worden geweigerd wanneer het belang ontbreekt voor de toegang
tot een document van persoonlijke aard en wanneer één of meer
uitzonderingsgronden kan of moet worden ingeroepen die zich bevinden
in artikel 6 van de wet van 11 april 1994 en dit inroepen in concreto en
op     pertinente    wijze    kan     worden      gemotiveerd.   Slechts
uitzonderingsgronden die bij wet zijn opgelegd kunnen worden
ingeroepen en bovendien geldt dat ze beperkend geïnterpreteerd moeten
worden (Arbitragehof, arrest nr. 17/97 van 25 maart 1997, overweging
B.2.1 en 2.2 en Arbitragehof, arrest nr. 150/2004 van 15 september 2004,
overweging B.3.2).

Uit de vroegere weigering om toegang tot dit dossier te verlenen en de
motivering ervan, kan niet worden afgeleid dat deze ook de grondslag
vormt voor de afwijzing van de nieuwe aanvraag. Het komt in elk geval
                                                                         3

toe aan de FOD Fin anciën om in concreto aan te tonen waarom zij de
toegang tot de documenten in het gevraagde dossier meent te moeten
weigeren. Als zij dit nalaat, is ze ertoe gehouden toegang te verlenen tot
de gevraagde documenten. De Commissie wenst in dit kader vooral te
wijzen op artikel 6, § 1, 6° van de wet van 11 april 1994 op grond
waarvan een federale administratieve overheid de openbaarheid kan
weigeren als zij vaststelt dat het belang dat gediend is met de
openbaarheid niet opweegt tegen het een federaal economisch of
financieel belang, de munt of het openbaar krediet, dat ook het fiscaal
belang insluit. In elk geval kan het belang van de aanvrager niet in
rekening worden genomen bij het afwegingsproces dat bovendien vereist
is om deze uitzonderingsgrond in te roepen, aangezien het hier om een
particulier belang gaat en niet om het algemeen belang dat gediend is
met de openbaarheid. Ook is niet uit te sluiten dat belangen van derden
moeten worden gevrijwaard op grond van artikel 6, § 2, 2° van de wet
van 11 april 1994 in combinatie met het fiscaal geheim zoals
gewaarborgd in de verschillende fiscale wetboeken gegarandeerd is. Er
moet wel worden opgemerkt het fiscaal geheim niet kan worden
ingeroepen wanneer de informatie betrekking heeft op de aanvrager zelf
of rechtstreeks van belang is voor zijn belastingtoestand.

De Commissie wenst er verder op te wijzen dat de uitzonderingsgrond
vermeld in artikel 6, § 1, 6° van de wet van 11 april 1994 niet kan
worden ingeroepen om de toegang tot alle bestuursdocumenten of tot
alle informatie in de bestuursdocumenten in het betrokken dossier te
weigeren. Er moet immers rekening mee worden gehouden dat de
toegang enkel kan worden geweigerd tot informatie die onder een of
meer uitzonderingsgronden valt. Alle andere informatie moet openbaar
worden gemaakt.


Brussel, 11 januari 2016.




   F. SCHRAM                                             M. BAGUET
   secretaris                                            voorzitster