Table des matières

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 55

Met betrekking tot de weigering om een afschrift over een dossier in de ambassade in Manilla te verstrekken

Date: 27/7/2015

Transposition

 Commissie voor de toegang tot en het
 hergebruik van bestuursdocumenten

       Afdeling openbaarheid van bestuur




                      27 juli 2015




                  ADVIES 2015-55

met betrekking tot de weigering om een afschrift over
een dossier in de ambassade in Manilla te verstrekken
                     (CTB/2015/53)
                                                                           2

   1. Een overzicht

Bij mail van 11 februari 2015 beklaagt de heer X zich erover aan de
FOD Binnenlandse Zaken, dienst Vreemdelingenzaken en aan de
FOD       Buitenlandse        Zaken,     Buitenlandse       Handel      en
Ontwikkelingssamenwerking dat een aanvraag voor een Schengenvisum
van zijn Filipijnse vriendin, Y, geweigerd is door de Belgische ambassade.

Bij mail van 12 februari 2015 laat de heer Jan Verbeeck, consul te Manila
weten dat de bevoegdheid voor de afgifte van een visa bij de dienst
Vreemdelingenzaken ligt.

Bij mail van 24 februari 2015 vraagt de heer X aan de consul te Manila
om een afschrift van het document (dossier visumaanvraag) via
elektronische weg te bekomen. Hij bezorgt daarbij een gehandtekende
brief, waarin mevrouw Y aangeeft hem een volmacht te geven om in
haar naam op te treden naar de overheid toe.

Bij mail van 13 juli 2015 vraagt de heer X dat de FOD Buitenlandse
Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking haar
beslissing zou heroverwegen omdat hij geen antwoord heeft gekregen op
zijn
    - e-mail van 12 februari 2015 waarin uitdrukkelijk gewezen werd
        op fouten in de beslissing tot weigering en gevraagd werd om
        onderzoek en rechtzetting;
    - e-mail van 24 februari 2015 waarin uitdrukkelijk werd gevraagd
        om een afschrift van het betrokken bestuursdocument.
Tegelijkertijd dient hij een verzoek om advies in bij de Commissie voor
de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling
openbaarheid van bestuur, hierna Commissie genoemd.

   2. De ontvankelijkheid van de adviesaanvraag

De Commissie stelt vast dat de aanvrager tegelijkertijd zoals artikel 8, § 2
van de wet van 11 april 1994 voorschrijft een verzoek tot heroverweging
aan de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking en een verzoek om advies aan de
Commissie heeft ingediend. Bijgevolg is het verzoek om advies
ontvankelijk.
                                                                          3

   3. De gegrondheid van de adviesaanvraag

Artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 betreffende de
openbaarheid van bestuur huldigen principieel het recht van toegang tot
alle bestuursdocumenten. De toegang tot bestuursdocumenten kan
slechts worden geweigerd wanneer het belang ontbreekt voor de toegang
tot een document van persoonlijke aard en wanneer één of meer
uitzonderingsgronden kan of moet worden ingeroepen die zich bevinden
in artikel 6 van de wet van 11 april 1994 en dit inroepen in concreto en
op     pertinente    wijze    kan     worden      gemotiveerd.   Slechts
uitzonderingsgronden die bij wet zijn opgelegd kunnen worden
ingeroepen en bovendien geldt dat ze beperkend geïnterpreteerd moeten
worden (Arbitragehof, arrest nr. 17/97 van 25 maart 1997, overweging
B.2.1 en 2.2 en Arbitragehof, arrest nr. 150/2004 van 15 september 2004,
overweging B.3.2).

Voor zover de FOD Buitenlandse Zaken dan ook geen
uitzonderingsgrond inroept en deze behoorlijk motiveert, is ze ertoe
gehouden voor zover ze in het bezit is van het gevraagde document, een
kopie van dit document te verstrekken. De Commissie wenst erop te
wijzen dat de aanvrager een volmacht heeft om namens mevrouw Aileen
Ferolino op te treden zodat de uitzonderingsgrond in artikel 6, § 2, 1° van
de wet van 11 april 1994 tegen hem niet kan worden ingeroepen.

Wat het recht op het corrigeren van een bestuursdocument betreft, moet
worden opgemerkt dat op grond van de wet van 11 april 1994 enkel de
verzoeker die aantoont dat een bestuursdocument van een federale
administratieve overheid onjuiste of onvolledige gegevens bevat die hem
betreffen om de nodige verbeteringen te laten aanbrengen. Aangezien de
aanvrager blijkbaar optreedt namens mevrouw Y kan hij enkel feitelijke
gegevens die op Y betrekking hebben, laten corrigeren voor zover hij
daartoe ook de nodige bewijzen aanbrengt.


Brussel, 27 juli 2015.



   F. SCHRAM                                              M. BAGUET
   secretaris                                             voorzitster