Table des matières

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 39

Met betrekking tot de weigering om een kopie van een interne instructie te bezorgen

Date: 8/6/2015

Transposition

 Commissie voor de toegang tot en het
 hergebruik van bestuursdocumenten

       Afdeling openbaarheid van bestuur




                      8 juni 2015




                 ADVIES 2015-39

met betrekking tot de weigering om een kopie van een
            interne instructie te bezorgen
                    (CTB/2015/36)
                                                                        2

   1. Een overzicht

Bij mail van 30 april 2015 vraagt de heer X aan de voorzitter van de FOD
Financiën om mededeling in afschrift van de interne instructie van 3
april 2014 van de fiscale administratie waarin gesteld wordt om in alle
hangende geschillen voor de rechtbanken en hoven aan de rechter te
vragen om de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding in beraad te
houden. Verder vraagt hij om een afschrift van de pagina van het
verplichte register waarin zijn verzoek tot openbaarheid genoteerd is.

Bij brief van 2 juni 2015, verzonden bij mail van 18 mei 2015, vraagt de
heer X dat de FOD Financiën zijn stilzwijgende weigeringsbeslissing zou
herzien en hij vraagt bij dezelfde mail de Commissie voor de toegang tot
en het hergebruik voor bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van
bestuur, hierna Commissie genoemd, om een advies.

   2. De ontvankelijkheid van de adviesaanvraag

De Commissie is van oordeel dat de adviesaanvraag ontvankelijk is. De
aanvrager heeft immers tegelijkertijd zoals artikel 8, § 2 van de wet van
11 april 1994 een verzoek tot heroverweging ingediend bij de FOD
Financiën en de Commissie om een advies verzocht.

   3. De gegrondheid van de adviesaanvraag

Artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 betreffende de
openbaarheid van bestuur huldigen principieel het recht van toegang tot
alle bestuursdocumenten. De toegang tot bestuursdocumenten kan
slechts worden geweigerd wanneer het belang ontbreekt voor de toegang
tot een document van persoonlijke aard en wanneer één of meer
uitzonderingsgronden kan of moet worden ingeroepen en dit inroepen in
concreto en op pertinente wijze kan worden gemotiveerd. Slechts
uitzonderingsgronden die bij wet zijn opgelegd kunnen worden
ingeroepen en bovendien geldt dat ze beperkend geïnterpreteerd moeten
worden (Arbitragehof, arrest nr. 17/97 van 25 maart 1997, overweging
B.2.1 en 2.2 en Arbitragehof, arrest nr. 150/2004 van 15 september 2004,
overweging B.3.2).

De Commissie wil er de aanvrager op wijzen dat in tegenstelling tot wat
hij beweert de periode die een administratie ter beschikking staat om te
                                                                       3

antwoorden op een aanvraag tot openbaarmaking niet gebonden is aan
het inroepen van uitzonderingsgronden. Verder wenst de Commissie te
benadrukken dat de FOD Financiën de wet van 29 juli 1991 betreffende
de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet heeft
geschonden. Het is immers vaste rechtspraak van de Raad van State dat
deze wet maar wordt geschonden voor zover er een beslissing is
genomen die in een akte aanwezig is. De wet is niet van toepassing als
een wet, in casu de wet van 11 april 1994, het niet tijdig nemen van een
beslissing als een stilzwijgende weigeringsbeslissing kwalificeert.

Voor wat betreft de vraag om de pagina uit het register te ontvangen
waarin de FOD Financiën zijn verzoek heeft ingeschreven, wenst de
Commissie in het bijzonder te wijzen op de noodzaak om na te gaan of
eventueel de uitzonderingsgrond van artikel 6, § 2, 1° van de wet van 11
april 1994 niet moet worden ingeroepen. Deze uitzonderingsgrond
bepaalt dat de openbaarmaking moet worden geweigerd wanneer deze
afbreuk doet aan de persoonlijke levenssfeer. Er is wel vereist dat dit
afdoende wordt gemotiveerd.

Ten slotte wil de Commissie de FOD Financiën herinneren aan het
beginsel van de gedeeltelijke openbaarmaking dat zelf het logische
gevolg is van het fundamenteel karakter van het grondrecht. Slechts
informatie die onder een uitzonderingsgrond valt en waarvan het
inroepen van een uitzonderingsgrond afdoende is gemotiveerd, mag of
moet aan de openbaarmaking worden onttrokken. Alle andere
informatie moet vooralsnog openbaar worden gemaakt.


Brussel, 8 juni 2015.




   F. SCHRAM                                            M. BAGUET
   secretaris                                           voorzitster