Table des matières

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 72

Met betrekking tot weigering om toegang te verlenen tot een aankoopdossier

Date: 1/9/2014

Transposition

Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten

      Afdeling openbaarheid van bestuur




                   1 september 2014




                 ADVIES 2014-72

met betrekking tot weigering om toegang te verlenen
              tot een aankoopdossier
                    (CTB/2014/62)
                                                                           2

   1. Een overzicht

Bij brief van 17 juli 2014 vragen de heren Alexander Delafonteyne en
Stijn De Meulenaer, namens hun cliënt, aan de FOD Financiën om
toegang tot het volledige administratieve dossier van de heer Peter Raes
bij het Comité van aankoop Brugge.

Bij brief van 18 augustus 2014 weigert de FOD Financiën de toegang tot
bepaalde stukken en roept daarbij artikel 6, § 1, 6° van de wet van 11
april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur in. Ze stelt dat deze
uitzondering van toepassing is op de interne communicatie tussen de
verschillende overheidsdiensten die gevoerd is in het kader van het
dossier en op interne schattingsverslagen.

Omdat hij het hiermee niet eens is, dient de heer Alexander
Delafonteyne bij aangetekende brief van 20 augustus 2014 een verzoek
tot heroverweging in bij de FOD Financiën. Tegelijkertijd dient hij een
verzoek om advies in bij de Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur,
hierna Commissie genoemd.

   2. De ontvankelijkheid van de adviesaanvraag

De Commissie is van mening dat de adviesaanvraag ontvankelijk is. De
aanvrager heeft namelijk tegelijkertijd zoals artikel 8, § 2, van de wet van
11 april 1994 voorschrijft, een verzoek tot heroverweging aan de
administratie en een verzoek om advies aan de Commissie gericht.

   3. De gegrondheid van de adviesaanvraag

De Commissie stelt vast dat de fiscale administratie de toegang tot de
interne communicatie tussen de verschillende overheidsdiensten die
gevoerd is in het kader van het dossier en tot interne schattingsverslagen
weigert op grond van artikel 6, § 1, 6° van de wet van 11 april 1994. Deze
bepaling stelt dat een federale of niet-federale, administratieve overheid
de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een
bestuursdocument afwijst, wanneer zij heeft vastgesteld dat het belang
van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een
federaal economisch of financieel belang, de munt of het openbaar
krediet.
                                                                       3

Alhoewel de Commissie niet uitsluit dat deze uitzonderingsgrond op
bepaalde informatie van toepassing kan zijn, ontbreekt in de beslissing
van de FOD Financiën elke vorm van motivering die het inroepen van
deze uitzonderingsgrond rechtvaardigt. De openbaarmaking kan immers
slechts worden geweigerd wanneer in concreto en op pertinente wijze
wordt aangetoond dat bepaalde informatie in een bestuursdocument valt
onder één of meer uitzonderingsgronden die opgesomd zijn in artikel 6
van de wet van 11 april 1994. Het komt toe aan de FOD Financiën om
deze oefening te maken. Zij moet in casu aantonen dat de informatie
schade toebrengt aan het federaal economisch of financieel belang en dat
het openbaar belang dat gediend is met de openbaarmaking niet
zwaarder weegt dat het beschermde belang. De Commissie wenst er op te
wijzen dat het belang dat gediend is met de openbaarmaking een
algemeen belang is en geen betrekking heeft op een persoonlijk belang
dat zoals blijkt uit het verzoek om advies door de aanvrager wordt
ingeroepen.

Slaagt de FOD Financiën niet om in concreto en op pertinente wijze het
inroepen van de uitzonderingsgrond te motiveren, dan is ze ertoe
gehouden de betrokken bestuursdocumenten volledig openbaar te
maken.

De Commissie wenst ten slotte ook te wijzen op het principe van de
gedeeltelijke openbaarmaking op grond waarvan slechts informatie die
onder een uitzonderingsgrond valt aan de openbaarmaking kan worden
onttrokken. Alle informatie in een bestuursdocument die niet onder een
uitzonderingsgrond valt, moet vooralsnog openbaar worden gemaakt.


Brussel, 1 september 2014.




   F. SCHRAM                                            M. BAGUET
   secretaris                                           voorzitster