Table des matières

Cadas > Cada fédérale > Publicité de l'administration > Avis

Advies 20

Over een vraag om lijsten te ontvangen m.b.t. aanvragen en registratiegegevens van apotheken en apothekers

Date: 20/4/2009

Transposition

Commissie voor de toegang tot en het
hergebruik van bestuursdocumenten

     Afdeling openbaarheid van bestuur




                   20 april 2009




                ADVIES 2009-20

   over een vraag om lijsten te ontvangen m.b.t.
aanvragen en registratiegegevens van apotheken en
                    apothekers

                   (CTB/2009/26)
                                                                        2

   1. Een overzicht

Op 2 februari 2009 vroeg dhr. X aan de informatieambtenaar van de FOD
Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu om een
kopie te ontvangen van volgende informatie:
    - een lijst (bij voorkeur onder de vorm van een Excel-bestand) met
       vermelding van de registratiegegevens die apotheken/apothekers
       dienen mee te delen op grond van het KB van 25 september 1974
       betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het
       publiek opengestelde apotheken, aangevuld met het aantal
       apothekers per apotheek (in het licht van de gestelde
       voorwaarden van art. 1, § 2 van het K.B.)
    - een lijst (bij voorkeur onder de vorm van een Excel-bestand) van
       alle aanvragen tot opening, overbrenging of fusie die momenteel
       nog hangende zijn (onder meer de identiteit van de aanvragers, en
       de locatie waarop de hangende aanvragen betrekking hebben).
De aanvrager stelde dat hij vanuit praktische overwegingen er geen
probleem mee heeft dat de gevraagde informatie wordt beperkt tot de
regio onder de bevoegdheid van de Vlaamse Vestigingscommissie.

Bij mail van 3 februari 2009 stuurt de informatieambtenaar van de FOD
de aanvraag door naar het Federaal Agentschap vor Geneesmiddelen en
Gezondheidsproducten (FAGG). Mevrouw Y laat op 3 februari 2009 aan
de aanvrager weten dat ze de aanvraag heeft doorgestuurd naar dhr. Z,
secretaris bij de Vestigingscommissie. Op 7 maart herinnert X de drie
ambtenaren zijn aanvraag. Op 10 maart 2009 wordt hem de beslissing
bezorgd.
Het FAGG weigert tegemoet te komen aan het verzoek tot het
verstrekken van een lijst van alle aanvragen tot opening, overbrenging of
fusie van voor het publiek geopende officina die momenteel nog
hangende zijn (onder meer de identiteit van de aanvrager, en de locatie
waarop de hangende aanvragen betrekking hebben), op grond van:
    - artikel 6, § 2, 3° van de wet “omdat het gaat om dossiers die nog
       onderworpen zijn aan het oordeel van de bevoegde
       administratieve overheid. Het is niet wenselijk dat aanvragers in
       lopende procedures benaderd kunnen worden.
    - Artikel 6, § 3, 3° van de wet omdat de vraag kennelijk onredelijk
       is voor zover het verzoek slaat op andere gegevens dan de locatie
       van de aanvraag omdat niet valt in te zien welk belang de
       aanvrager heeft bij deze informatie.
                                                                         3

   -   Artikel 6, § 3, 1° omdat een loutere opsomming van locaties
       waarop hangende aanvragen betrekking hebben tot misvattingen
       kan leiden.

Het FAGG weigert eveneens een lijst te verstrekken van de
registratiegegevens van de apotheken, aangevuld met het aantal voltijdse
adjunct-apothekers op grond van volgende elementen:
    - voor zover het verzoek slaat op het aantal apothekers per
        apotheek heeft de vraag betrekking op een niet geregistreerd
        gegeven;
    - voor zover het verzoek slaat op de informatie die in het kadaster
        van apotheken wordt opgeslagen, moet de informatie worden
        geweigerd op grond van artikel 6, § 3, 1° aangezien de mededeling
        van deze gegevens tot misvatting aanleiding kan geven. Deze
        informatie is immers per definitie onvolledig omdat artikel 20 een
        registratieplicht oplegt aan de vergunninghouder en het kadaster
        louter op grond van deze registraties ‘ex post’ wordt bijgewerkt.

Op 11 maart 2009 dient dhr. X een verzoek tot heroverweging in bij het
FAGG en in een brief van dezelfde datum vraagt hij de Commissie voor
de toegang tot bestuursdocumenten om een advies.

In zijn verzoek tot heroverweging blijkt dat dhr. X er geen probleem mee
heeft dat bepaalde informatie niet aan hem wordt meegedeeld (de
identiteit van de aanvragers) en dat hij ermee instemt dat het aantal
apothekers per apotheek wordt opgegeven in voltijdse equivalenten.

   2. De ontvankelijkheid van de adviesaanvraag

De adviesaanvraag werd tegelijkertijd ingediend met het verzoek tot
heroverweging zodat aan de wettelijke voorwaarde van de
gelijktijdigheid zoals die is gesteld in artikel 8, § 2 van de wet van 11
april 1994 betreffende de openbaarheid, werd voldaan.
                                                                          4

   3. De gegrondheid van de adviesaanvraag

Artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 betreffende de
openbaarheid garandeert een recht van toegang tot bestuursdocumenten.
Als principe geldt dat elk bestuursdocument openbaar is, tenzij een of
meer uitzonderingsgronden moeten worden ingeroepen die op dit
moment de openbaarmaking verhindert. Dit recht kan worden
uitgeoefend door inzage te nemen in een bestuursdocument, er uitleg
over te krijgen of door een kopie te verkrijgen. Dat er een recht van
toegang tot bestuursdocumenten bestaat, vereist dat de gevraagde
informatie bestaat en dat er geen bijkomende verwerking moet worden
doorgevoerd om tot de gevraagde informatie te komen. Voor databanken
bestaat er wel een recht van toegang tot bepaalde gegevens uit een
databank voor zover die gegevens zonder bijkomende programmering uit
de databank kunnen worden gehaald.

Uit niets blijkt dat de lijst van de gegevens over alle aanvragen tot
opening, overbrenging of fusie van voor het publiek geopende officina
die momenteel nog hangende zijn, zoals die door de aanvrager aan de
FAGG wordt gevraagd, daadwerkelijk bestaat. Wel blijken er
afzonderlijke dossiers te bestaan met aanvragen tot opening,
overbrenging of fusie van voor het publiek geopende officina. Als die als
zodanig niet bestaat, is er op grond van de wet van 11 april 1994
betreffende de openbaarheid van bestuur geen verplichting in hoofde
van FAGG een dergelijke lijst op te stellen als die tenminste niet bestaat.

Als een dergelijke lijst echter wel bestaat, dan ziet de Commissie niet in
waarom artikel 6, § 2, 3° van de wet van 11 april 1994 de toegang tot
bepaalde gegevens zou kunnen verhinderen. Een aanvraag op zich of
gegevens uit een aanvraag bevatten immers geen elementen die vallen
onder het geheim van de beraadslagingen van de federale Regering en
van de verantwoordelijke overheden die afhangen van de federale
uitvoerende macht, of waarbij een federale overheid betrokken is. De
Commissie kan evenmin bijtreden dat het FAGG artikel 6, § 3, 2° van de
wet van 11 april 1994 inroept oom reden dat de aanvraag kennelijk
onredelijk zou zijn omdat “niet valt in te zien welk belang de aanvrager
heeft bij deze informatie”. Het recht van toegang tot
bestuursdocumenten vereist slechts het aantonen van een belang als de
aanvrager toegang vraag tot documenten van persoonlijke aard. Een
document van persoonlijke aard wordt door artikel 1, tweede lid, 3°
                                                                            5

gedefinieerd als “een bestuursdocument dat een beoordeling of een
waardeoordeel bevat van een met naam genoemd of gemakkelijk
identificeerbaar natuurlijk persoon of de beschrijving van een gedrag
waarvan het ruchtbaar maken aan die persoon kennelijk nadeel kan
berokkenen”. De Commissie stelt vast dat de gevraagde informatie niet
onder de definitie van een document van persoonlijke aard valt zodat de
vraag of een aanvrager al dan niet een belang heeft of kan aantonen
totaal irrelevant is en bijgevolg geen grond vormt om de openbaarmaking
van bepaalde informatie te weigeren.

De Commissie is verder van oordeel dat evenmin artikel 6, § 3, 1° van de
wet van 11 april 1994 kan worden ingeroepen om reden dat een loutere
opsomming van locaties waarop hangende aanvragen betrekking hebben
tot misvattingen kan leiden. Artikel 6, § 3, 1° kan slechts worden
ingeroepen ten aanzien van een bestuursdocument waarvan de
openbaarmaking, om reden dat het document niet af of onvolledig is, tot
misvatting aanleiding kan geven. Er moet dus aan een dubbele
voorwaarde worden voldaan om van deze uitzonderingsgrond gebruik te
maken: het gevraagde bestuursdocument moet onaf of onvolledig zijn én
dit onaf of onvolledig zijn kan aanleiding tot misvatting geven. Dat een
dossier nog niet is afgewerkt of onvolledig is, betekent nog helemaal niet
dat de daarin aanwezige bestuursdocumenten onafgewerkt of onvolledig
zouden zijn. Aangezien de vraag alvast geen betrekking heeft op
onafgewerkte of onvolledige bestuursdocumenten, kan geen toepassing
van deze uitzonderingsgrond worden gemaakt.

In zoverre dit nog niet zou zijn nagegaan, wenst de Commissie erop te
wijzen het FAGG moet onderzoeken of eventueel de uitzonderingsgrond
aanwezig in artikel 6, § 1, 7° of de uitzonderingsgrond in artikel 6, § 2, 1°
van de wet van 11 april 1994 niet moet worden ingeroepen. Artikel 6, §
1, 7° bepaalt immers dat een federale of niet-federale administratieve
overheid de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een
bestuursdocument afwijst, wanneer zij heeft vastgesteld dat het belang
van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het uit de
aard van de zaak vertrouwelijk karakter van de ondernemings- en
fabricagegegevens die aan de overheid zijn meegedeeld. Artikel 6, § 2, 1°
bepaalt dat een federale of niet-federale administratieve overheid de
vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een
bestuursdocument, die met toepassing van deze wet is gedaan, afwijst,
wanneer de openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk doet aan
                                                                      6

de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de inzage,
de uitleg of de mededeling in afschrift heeft ingestemd.

De Commissie stelt bovendien vast dat de aanvrager de toegang vraagt
tot onbestaande gegevens: het aantal apothekers per apotheek is immers
een niet geregistreerd gegeven en bijgevolg niet bij het FAGG aanwezig.


Brussel, 20 april 2009.




   F. SCHRAM                                              J. BAERT
   secretaris                                            voorzitter